Op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen? Schrijf je dan in voor de nieuwbrief en blijf op de hoogte.

Terug

Talentontwikkeling begint waar werk en zorg samenkomen

We kijken vaak naar talentontwikkeling als iets dat op de werkvloer plaatsvindt. Maar wat gebeurt er als we ook kijken naar alles wat daarbuiten speelt? Werk en zorg beïnvloeden elkaar continu. En daarmee ook de ruimte die mensen ervaren om zich te ontwikkelen.

Bregje Feuth en Mirte Wibaut, auteurs van Who cares?, laten zien dat daar juist kansen liggen. Niet door werk en zorg los van elkaar te organiseren, maar door ze beter op elkaar te laten aansluiten. Wat betekent dat voor organisaties die vrouwelijk talent willen laten groeien én behouden?

Bregje Feuth en Mirte Wibaut

Een vraag die niemand stelt

De missie van Bregje en Mirte is simpel te verwoorden: meer gelijkwaardigheid tussen ouders. Maar hoe die missie is ontstaan, vertelt al iets over hoe ingesleten de patronen zijn. Het echte omslagpunt, zeggen ze, was een interview voor een documentaire van filmmaker Liesbeth Staats. De titel van die serie: Waarom werken vrouwen niet? "We zeiden meteen: je moet eigenlijk vragen waarom zorgen mannen niet. Dat is de veel urgentere vraag. Dat zaadje is toen geplant."

Sindsdien is die vraag steeds centraler komen te staan in hun werk. Want terwijl de arbeidsparticipatie van vrouwen al decennia stijgt, verandert de participatie van mannen in de onbetaalde zorg nauwelijks. Vrouwen werken meer, mannen zorgen nauwelijks meer. Dat klinkt als een oud verhaal, maar de cijfers liegen er niet om. In twee decennia tijd zijn vrouwen met kinderen 15 uur per week meer gaan werken. Mannen met kinderen zijn in diezelfde periode slechts 0,4 uur per week meer gaan zorgen.

Deze cijfers komen uit de Emancipatiemonitor van het SCP, die tweejaarlijks wordt bijgehouden. Het meest recente tijdsbestedingsonderzoek waarbij de zorgparticipatie van mannen in kaart werd gebracht, liep tot 2015–2016.

“Wat deze cijfers zichtbaar maken, is hoe we werk en zorg in de praktijk hebben ingericht. En waar nog ruimte zit om dat beter op elkaar te laten aansluiten. Ze laten zien hoe we 'gelijke kansen' hebben ingevuld: als een vraagstuk van werk, niet van zorg. De helft van de heterostellen wil het gelijk verdelen. Het lukt maar 9 procent. Dat is geen kwestie van goede wil. Het is een kwestie van systeem”, aldus Mirte.

Wat zorg werkelijk betekent

Zorg wordt in onze samenleving al snel vernauwd tot een lijstje praktische taken: boterhammen smeren, kinderen halen en brengen, de agenda bijhouden. De mental load – de planning en het management van dat alles – krijgt inmiddels meer aandacht, zeggen Bregje en Mirte. Maar er is een laag dieper die vrijwel volledig onzichtbaar blijft. "Emotionele zorg is het meest fundamentele en ook het meest zingevende deel van zorgen. Zowel voor de gever als de ontvanger. Het is hartstikke wederkerig. En het is volledig onzichtbaar”, zegt Bregje

“Die onzichtbaarheid heeft gevolgen”, vervolgt ze. “Zolang zorg niet gedefinieerd wordt – en de enige definitie die we er als samenleving aan hangen is dat het een 'last' is, een verzameling taakjes – vallen mensen massaal in dezelfde valkuilen. En eindigt iedereen toch in een ongelijke verdeling, ook al hadden ze dat nooit zo bedoeld.

Daar komt bij: je houdt niet van iemand en gaat dan vervolgens voor diegene zorgen. Het werkt andersom. Je gaat van iemand houden, omdat je ervoor zorgt. Dat is geen sentiment, maar aantoonbaar. Investeer je tijd en aandacht in een ander, dan ontstaat een diepe, verweven band die je niet kunt kopen. Zorg is dus geen last. Het is waar het leven om draait.”

Mannen willen het anders, maar het systeem speelt ze niet in de kaart

Een veelgehoord misverstand is dat mannen geen zin hebben om meer te zorgen. De realiteit is genuanceerder. Onderzoek laat zien dat de helft van de mannen een gelijkwaardig aandeel wil in werk en zorg. De drempel zit ergens anders.

Mannen die Bregje en Mirte spraken voor hun boek, willen het vaak anders aanpakken dan hun eigen vader. Maar ze definiëren 'zorg' nog te smal. Emotionele beschikbaarheid tellen ze niet mee als zorgtaak en soms zelfs niet als iets wat tot hun mogelijkheden behoort.

"Als je hen vraagt naar de emotionele beschikbaarheid van hun eigen vaders, valt heel vaak het kwartje. Dan is dat gemis ineens heel voelbaar. Dat besef is een begin. Maar bewustwording alleen is niet genoeg. Het systeem maakt het voor mannen in de praktijk lastiger om die rol volledig te pakken. Zij krijgen bij wet minder verlof en voor dat verlof moeten ze ook nog betalen. Met de beste wil van de wereld kom je er dan niet”, zegt Mirte.

Neurowetenschappelijk onderzoek maakt dit volgens Bregje en Mirte nog treffender zichtbaar. “Wanneer je naar hersenstructuren kijkt van vaders die de primaire verzorger zijn, zie je exact dezelfde veranderingen in het emotionele brein als bij moeders die zorgen. Niet het geslacht bepaalt hoe je zorgt. Het is de tijd die je erin investeert. En die tijd krijgen – en nemen – mannen veel minder.”

Wat organisaties (onbewust) in stand houden

De werkvloer speelt een belangrijke rol in hoe werk en zorg samenkomen en biedt daarmee ook kansen om die balans beter te ondersteunen. Zwangerschapsdiscriminatie treft uitsluitend vrouwen. Het opnemen van partnerverlof wordt ontmoedigd. En mannen die fulltime blijven werken na de geboorte van een kind, krijgen soms zelfs een promotie.

Achter die patronen zit ook een psychologisch mechanisme. Mannen hebben de kostwinnersrol zo geïnternaliseerd dat ze de drempel om verlof op te nemen als enorm ervaren. Mirte: “Tegelijkertijd denken de meeste collega's progressiever dan ze uitspreken. Zolang niemand zich uitspreekt, gaat iedereen stilzwijgend voor de conservatieve keuze.”

“Dat doing it out loud geldt ook voor werkgevers. Actief het belang van verlof uitdragen. Laten zien dat zorg ertoe doet”, roept Bregje op. 
Dat vraagt moed van werkgevers, maar het levert ook iets op. “Medewerkers die hun zorgbrein hebben kunnen aanzetten, worden beter in hun werk. Ze filteren ruis sneller, ze communiceren scherper, ze ontwikkelen meer empathie. Dat zijn bewezen voordelen voor de werkcultuur én voor de bedrijfsresultaten.”

Wat werkgevers morgen al kunnen doen

Groot beleid is niet de enige weg. Er zijn concrete stappen die organisaties direct kunnen zetten:

  • Het verloftekort aanvullen. Het UWV vergoedt 70 procent van het salaris tijdens partnerverlof. Werkgevers die dat aanvullen tot 100 procent, verlagen de financiële drempel aanzienlijk.
  • Verlof actief stimuleren. Niet alleen de regels communiceren, maar medewerkers ook uitdrukkelijk aanmoedigen het verlof op te nemen.
  • Vergaderen tijdens kantooruren. Geen vroege of late meetings plannen. Rekening houden met het feit dat mensen aan de randen van de dag ook andere taken hebben.
  • Het goede voorbeeld geven. Leidinggevenden die zelf verlof opnemen of vroeger weggaan voor de kinderen, normaliseren dat gedrag voor de rest van het team.

Mirte: “Het antwoord zit tegelijkertijd in beleid én in gedrag. Het is een systemisch probleem dat systemische oplossingen vraagt. Maar gedragsverandering en bewustwording zijn daarin onmisbaar. Juist omdat veel van wat speelt nog onvoldoende zichtbaar is.”

Talentontwikkeling begint eerder dan je denkt

Vrouwen sorteren al voor de geboorte van het eerste kind voor op minder werk. Niet altijd omdat ze minder willen, maar omdat ze anticiperen op wat er komt. En ook als de verdeling aan het begin goed gaat, zie je dat rond het vierde levensjaar van het kind de rolverdeling toch scheef is gegroeid. Verder dan de ouders van tevoren hadden gedacht. "Je wil met alle energie en de beste wil van de wereld alle ballen in de lucht houden. En op een moment denk je: dat gaat dus niet”, licht Mirte toe.

Maar hier ligt ook een misvatting op de loer. Bregje: “Talentontwikkeling vindt niet alleen op de werkvloer plaats. Wie zorgt, leert. Empathie, geduld, het vermogen om in te spelen op de behoeften van een ander, omgaan met onzekerheid; het zijn allemaal vaardigheden die intensief worden geoefend in de zorg voor kinderen. Vrouwen lopen misschien carrièrekansen mis. Maar aan talentontwikkeling in de bredere zin gaat niets verloren.”

Het vraagt wel iets van organisaties: die groei herkennen en erkennen. En zorgervaring niet zien als een onderbreking van een loopbaan, maar als een verdieping ervan.

Wat er op het spel staat

“Als organisaties over vijf jaar nog steeds hetzelfde doen, loopt iedereen vast. Niet alleen vrouwen. De druk op onbetaalde zorg neemt toe: ouderen wonen langer thuis, de participatiesamenleving legt meer bij huishoudens neer. Als die zorg eenzijdig bij vrouwen blijft neerslaan, heeft dat consequenties voor de arbeidsmarkt, voor het welzijn van werknemers en voor de samenleving als geheel”, start Mirte.

En aan de andere kant: er ligt een enorm onbenut potentieel bij mannen. Mannen die meer zorgen, worden beter in hun werk, hebben diepere relaties en een stevigere band met hun kinderen. Een op de drie stellen gaat scheiden en van de gescheiden vaders ziet een op de vijf zijn kinderen op volwassen leeftijd nooit meer. Dat is 20 procent. Dat risico wordt nog groter wanneer het stel traditionele rolpatronen eropna hield tijdens de relatie en wanneer vaders minder tijd spenderen met hun kinderen. En dat begint al bij de keuzes die er in de eerste levensjaren van een kind wel of niet gemaakt worden.

"Probleemeigenaar worden klinkt zwaar. Maar eigenlijk is het een cadeautje. Als mannen zien wat er voor hen te winnen valt, wordt hun leven beter."

Dat is de kern van het boek Who cares? dat Bregje en Mirte schreven. Niet een aanklacht. Een uitnodiging. Om anders te kijken naar wat zorg is, wat het oplevert, en wie er allemaal baat bij heeft als we het anders organiseren. Op de werkvloer, thuis, en in de samenleving als geheel.

Deel jouw inspiratie & ervaringen met ons

Tag ons op LinkedIn of neem contact op met onze Vrouw & Werk Desk. Ook als je een vraag hebt aan onze desk!